Effecten wijkaanpak op langere termijn (KKS 2013)

Uit Netwerk Wiki | Zicht op het netwerk
Ga naar: navigatie, zoeken
Wat kunnen mensen zelf? Over wijkaanpak, gefaciliteerd loslaten en sociale stijging op lange termijn [1]
Onderdeel van het VerDuS-programma Kennis voor Krachtige Steden
Kernwoorden wijkaanpak, sociale stijging, leefbaarheid, stedelijke vernieuwing
Betrokken partijen Platform31, KEI, Nicis Institute, Nirov, SEV, Deelgemeente Hoogvliet Rotterdam, corporatie Vestia, corporatie Woonbron, Platform Corpovenista, OTB/TU Delft
Startjaar 2012 - 2013
Status Afgerond

Aanleiding

Voor steden is werken aan sociale stijging een belangrijk aandachtsgebied. Maar de overheid bezuinigt en de wijkaanpak verandert. Wat gebeurt er als ondersteuning van mensen deels of helemaal wegvalt? Hoe effectief zijn interventies? Wat kunnen mensen zelf en waar bieden professionals nog ondersteuning?

Toelichting

Dit project is een longitudinaal onderzoek. Er wordt gekeken naar de resultaten van ruim tien jaar sociale stijging in een Rotterdamse herstructureringswijk (Hoogvliet). De resultaten worden naast een vergelijkbaar project in Glasgow gelegd.

Uitkomsten

Vijftien jaar stedelijke vernieuwing in Hoogvliet heeft de woonsituatie van bewoners en de leefbaarheid in deze wijk flink verbeterd. De oorspronkelijke bewoners zijn er in sociaaleconomisch opzicht echter nauwelijks beter op geworden.

De overheid legt door bezuinigingen meer nadruk op sociale netwerken en zelfredzaamheid. Maar juist door bezuinigingen kunnen professionals minder helpen bij het creëren of reactiveren van sociale netwerken. Zelfredzaamheid is voor burgers met zware psychosociale problemen een brug te ver. Minder ‘zware gevallen’ die tevreden zijn over ondersteuning, willen de volgende keer weer hulp van dezelfde professional. Professionals zelf vinden dat ze burgers kunnen helpen bij het ontwikkelen van ‘eigen kracht’.

Publicaties en links

  • Rapport | Terugblikken en vooruitkijken, 15 jaar stedelijke vernieuwing en de effecten op wonen, leefbaarheid en sociale mobiliteit[2]