Transit Oriented Development in the Randstad Southwing

Uit Netwerk Wiki | Zicht op het netwerk
Ga naar: navigatie, zoeken

Onderdeel van het VerDus-programma Duurzame Bereikbaarheid van de Randstad
Titel onderzoek: Transit Oriented Development in the Randstad Southwing [1]
Kernwoorden: Fietsen, Infrastructuur, Knooppuntontwikkeling, Mobiliteit, Openbaar Vervoer, Ruimte(lijke ontwikkeling), Transit Oriented development
Projectleiding: Universiteit Twente
Partners: Technische Universiteit Delft, Vrije Universiteit Amsterdam
Looptijd: 2012-2014

Aanleiding

Bij de zogenoemde Stedenbaan in de zuidelijke Randstad werken verschillende overheden en bedrijven samen om te komen tot de integratie van stedelijke ontwikkeling en vervoersknooppunten. De onderzoekers werkten mee aan strategieën om dit op de korte en middellange termijn tot een goed einde te brengen. Ze maakten daarbij onder meer gebruik van ervaringen elders in Europa en de Verenigde Staten. De centrale vraag: wat zijn de effecten van gebiedsontwikkelingen rond treinstations (Transit Oriented Development) op mobiliteit, bereikbaarheid en de economie in de Zuidvleugel van de Randstad?

Uitkomsten en aanbevelingen

Voor- en natransport belangrijk

Het aantal reizigers dat gebruik maakt van een station is mede afhankelijk van de kwaliteit van het voor- en natransport. Ongeveer 40 procent van de treinreizigers gaat met de fiets naar het station. Belangrijke verbetermogelijkheden zijn betere fietsroutes naar het station, gratis fietsparkeren bij stations en het vergroten van de levendigheid op middelgrote stations (winkels etc.). Hierdoor gaan niet alleen meer mensen met de fiets naar het station, maar gaan ook meer mensen met de trein. Ook verbetert de bereikbaarheid van werk in de Zuidvleugel.


Dichtheid en plaatsing treinstations maakt uit

De Randstad kent een relatief hoge dichtheid van treinstations en de afgelopen decennia zijn verschillende nieuwe voorstadhaltes geopend. Het aantal en de locaties van treinstations hebben effect op de gekozen vervoermiddelen in woon-werkverkeer, de mate van filevorming en op ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Een groot aantal treinstations is een goede strategie om filevorming te verminderen. Om een regio economisch te versterken, is een beperkt aantal strategisch geplaatste stations effectiever.


Kantorenleegstand niet lager bij stations

De kantorenleegstand bij stations is niet lager dan elders. Dit geldt ook voor intercitystations. Herprioritering van nieuwbouwlocaties, saneren van het overaanbod en herbestemmen van kantoorlocaties zijn de komende jaren essentiële elementen voor het verminderen van leegstand bij stations en daardoor het succes van gebiedsontwikkelingen rond stations.


Dichterbij trein wonen betekent niet vaker met de trein reizen

Het gebruik van de trein voor woon-werk verkeer hangt sterker af van ruimtelijke kenmerken van de werkomgeving dan van de woonomgeving.

Publicaties en links

  • Overzichtsartikel in Rooilijn over het TOD-onderzoek binnen DBR [2]
  • Manifest voor Spoor en Stad op de VerDuS-website [3]